
Het Centraal Contactpunt voor rekeningen en financiële contracten (CCP), geregeld door de wet van 8 juli 2018, is een databank beheerd door de Nationale Bank van België. Het centraliseert alle bank-, betaalrekeningen en financiële contracten geopend in België en aangehouden in het buitenland door Belgische inwoners, evenals bepaalde informatie betreffende de rekeninghouders en gevolmachtigden van deze rekeningen.
Naast de verbreding van de toegangsgevallen is de inhoud van het CCP geleidelijk uitgebreid.
Zo moeten financiële instellingen die in België actief zijn sinds januari 2022 volgende bijkomende informatie aanleveren:
Het programmawetvoorstel voorzag aanvankelijk een aanzienlijke uitbreiding van de gecentraliseerde informatie. De voorgestelde wijzigingen voorzagen:
Deze ontwikkelingen weerspiegelen een duidelijke wens om de volledigheid van de beschikbare gegevens voor controledoeleinden te versterken.
In het kader van een controle gericht op een specifieke belastingplichtige kunnen de belastingcontroleurs de persoonlijke gegevens in het CCP alleen raadplegen onder welbepaalde omstandigheden:
Deze raadplegingen zijn onderworpen aan strikte procedurele voorwaarden, inzonderheid een hiërarchische toestemming, een gemotiveerde argumentatie en een kennisgeving aan de belastingplichtige.
Het programmawetvoorstel voorzag aanvankelijk dat ook de ambtenaren belast met de controle van de jaarlijkse belasting op effectenrekeningen (TACT) toegang zouden krijgen tot het CCP, onder dezelfde voorwaarden die momenteel gelden voor fiscale fraude.
Het programmawetvoorstel dat op 27 mei 2025 in de Kamer werd ingediend, ging veel verder door expliciet een doelstelling van datamining en profilering op te nemen in de fiscale wetgeving. Artikel 67 van het voorstel voegde een nieuw § 3 toe aan artikel 5 van de wet van 3 augustus 2012 die het voor ambtenaren, aangewezen door de minister van Financiën of zijn gedelegeerde, mogelijk maakt:
Derepseudonimisering is echter alleen mogelijk indien, op basis van vooraf bepaalde risicosignalen, een risico op schending van fiscale regelgeving wordt vastgesteld voor een bepaalde belastingplichtige. De resultaten van de verwerkingen die in dit kader worden uitgevoerd, mogen op zichzelf op geen enkele wijze als bewijs van fraude gelden noch direct een belastingheffing rechtvaardigen.
Dit betekende een beslissende stap richting een voorspellende fiscaliteit, gevoed door grootschalige analyse van financiële gegevens en het gebruik van algoritmische profileringstools.
Toch dient opgemerkt te worden dat de artikelen 65 tot 72 van het programmawetvoorstel waarin deze maatregelen werden opgenomen, uit de aan stemming voorgelegde teksten verdwenen zijn. Het moet gezegd dat dit voorstel al veel kritiek opriep, ook van de kant van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Hoewel de oorspronkelijke tekst deze evoluties omkaderde door een reeks waarborgen — pseudonimisatie van gegevens, verbod op direct gebruik voor belastingheffing, strikte voorwaarden voor derepseudonimisering — leken deze waarborgen ons niet in staat om de belangrijke democratische uitdagingen die een dergelijke transformatie met zich meebrengt te verdoezelen: transparantie, controle en proportionaliteit.
Het Nederlandse voorbeeld blijft in dit opzicht een alarmbel. In dat land leidde het gebruik van een algoritmisch systeem om sociale fraude op te sporen tot ernstige misbruiken: systematische discriminaties, ongegronde sancties… en uiteindelijk de val van een regering. Bewijs dat het algoritme niet neutraal is wanneer het buiten elke tegenmacht valt.
De algemene invoering van datamining en profilering door de Belgische belastingdienst vereist dus voortdurende waakzaamheid. Zonder onafhankelijke controlemechanismen, zonder regelmatige audits van algoritmen, zonder toegankelijke informatie voor burgers, dreigt deze technologische ontwikkeling de vertrouwensrelatie tussen belastingplichtigen en autoriteiten op lange termijn te ondermijnen. En tot op heden moet worden vastgesteld dat het geldende wettelijke kader ruim onvoldoende is om dergelijke regulering te waarborgen. Wordt vervolgd…

De Tetracademy is het driemaandelijks juridisch tijdschrift van het Brusselse advocatenkantoor Tetra Law. Dit artikel is eruit gehaald. Voor meer informatie of om elke nieuwe uitgave te ontvangen, aarzel niet om de Tetracademy te volgen door een e-mail te sturen naar tetracom@tetralaw.com.
Afin de faciliter l’accès au contenu de cet article, une version traduite a été mise à disposition au moyen d’un outil d’intelligence artificielle. La Fondation décline toute responsabilité quant à la qualité, à l’exactitude et à l’exhaustivité de cette traduction automatique, notamment en ce qui concerne l’emploi de terminologies techniques, juridiques ou fiscales spécifiques.
L'article original a été rédigé en Français. En cas de divergence d’interprétation, seule la version originale fait foi.